Frans leer je door het vaak te horen, te zeggen en te gebruiken. Met korte oefeningen thuis bouwt je kind de woordenschat en het zelfvertrouwen op die het in de klas nodig heeft.
In het begin draait alles om klanken, begroetingen en tellen: bonjour, merci, un, deux, trois. Hardop nazeggen helpt om de Franse uitspraak te leren.
Daarna komen de woorden die je kind elke dag nodig heeft, de lidwoorden le, la en les, en de eerste werkwoorden zoals être en avoir.
Op het einde van de lagere school werkt je kind naar de verplichte woordenschat op A1-niveau: eenvoudige zinnen begrijpen, vertalen en zelf zeggen.
Onderwijsdoelen Frans (minimumdoelen basisonderwijs): L6 10.1 · 10.3 · 10.6.1


Alle vier de apps, van de 3de kleuterklas tot het 6de leerjaar. Geen reclame, werkt offline. Stop je voor het einde van de proef, dan betaal je verder niets.
Meer gericht oefenen: De dt-regel oefenen · Tafels oefenen · Klok leren lezen