Wordt het "hij vind" of "hij vindt"? De dt-regel is een van de bekendste struikelblokken in de lagere school. Met een paar vaste stappen en veel korte oefenmomenten wordt hij voor je kind een automatisme.
Je vertrekt altijd van de ik-vorm: dat is de stam van het werkwoord (ik vind, ik word, ik loop). Bij hij, zij, het en bij jij komt er een t achter de stam: hij vindt, jij wordt, zij loopt. Staat jij achter het werkwoord, dan valt die t weg: "word jij?", "vind jij?".
Twijfel je tussen d, t of dt? Vervang het werkwoord door "smurfen". Hoor je "hij smurft", dan schrijf je ook bij het echte werkwoord een t achter de stam: hij rijdt.
Daar beslist de laatste letter van de stam: zit die in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dan krijg je -te(n), anders -de(n). Het voltooid deelwoord eindigt dan op t of d: gewerkt, gespeeld.

Alle vier de apps, van de 3de kleuterklas tot het 6de leerjaar. Geen reclame, werkt offline. Stop je voor het einde van de proef, dan betaal je verder niets.
Meer gericht oefenen: Tafels oefenen · Klok leren lezen · Frans oefenen in de lagere school