j-consulting
Heldenschool · oefenen thuis

De dt-regel oefenen

Wordt het "hij vind" of "hij vindt"? De dt-regel is een van de bekendste struikelblokken in de lagere school. Met een paar vaste stappen en veel korte oefenmomenten wordt hij voor je kind een automatisme.

Uitleg voor ouders

Zo leg je het uit.

Zo werkt de dt-regel

Je vertrekt altijd van de ik-vorm: dat is de stam van het werkwoord (ik vind, ik word, ik loop). Bij hij, zij, het en bij jij komt er een t achter de stam: hij vindt, jij wordt, zij loopt. Staat jij achter het werkwoord, dan valt die t weg: "word jij?", "vind jij?".

Het smurftrucje

Twijfel je tussen d, t of dt? Vervang het werkwoord door "smurfen". Hoor je "hij smurft", dan schrijf je ook bij het echte werkwoord een t achter de stam: hij rijdt.

En in de verleden tijd?

Daar beslist de laatste letter van de stam: zit die in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dan krijg je -te(n), anders -de(n). Het voltooid deelwoord eindigt dan op t of d: gewerkt, gespeeld.

In de Heldenschool

Deze spellen oefenen het.

2de graad (3de en 4de leerjaar)

  • Werkwoorden nu
  • 't Kofschip
  • Sterke werkwoorden
Bekijk de app voor deze graad →

3de graad (5de en 6de leerjaar)

  • Werkwoorden: nu
  • Werkwoorden: toen
  • d, t of dt?
  • Tijdreiziger
Bekijk de app voor deze graad →

Al vroeger: 1ste graad

  • Hond of hont?
Bekijk de app voor deze graad →
De dt-regel, supersimpel
De dt-regel, supersimpelHij smurft? Dan hij rijdt. Uitleg in stappen met een natuurlijke Vlaamse stem.

Probeer het 14 dagen gratis.

Alle vier de apps, van de 3de kleuterklas tot het 6de leerjaar. Geen reclame, werkt offline. Stop je voor het einde van de proef, dan betaal je verder niets.

Meer gericht oefenen: Tafels oefenen · Klok leren lezen · Frans oefenen in de lagere school